•  
 
 
Ongelukken door taalprobleem

Taalproblemen op de werkvloer. Als u hierover leest, denkt u waarschijnlijk aan buitenlandse medewerkers die onze taal slecht spreken. Maar ook Nederlanders zijn vaak niet in staat de veiligheidsvoorschriften te begrijpen.

‘Weet je hoeveel laaggeletterde allochtonen er zijn?’ vraagt Paul Lindhout. ‘Een half miljoen. En weet je hoe hoog dat aantal ligt onder Nederlanders? Op één miljoen. Als je het hebt over absolute aantallen, vormen slechtlezende Nederlanders dus een groter probleem dan slechtlezende allochtonen.’
Taalproblemen op de werkvloer zijn Lindhouts specialiteit. Hij hield onder andere een schriftelijke enquête onder BRZO- en ARIE-bedrijven * – waar veel gevaarlijke stoffen liggen opgeslagen*. Op 11 mei promoveerde hij op het onderwerp aan de Technische Universiteit van Delft.
Gevolgen
Taalproblemen vormen een belangrijk thema, want volgens Lindhout leiden ze ieder jaar weer tot doden en gewonden. ‘In de bedrijven die ik heb onderzocht, veroorzaken ze zo’n 5 à 10 procent van alle ongevallen. Hoe die percentages in de rest van de industrie liggen, weet ik niet – maar de verschillen zullen niet erg groot zijn. En als je dan bedenkt dat er in die totale industrie ieder jaar zo’n 75 doden vallen en 3.500 gewonden, dan kun je ongeveer uitrekenen wat taalproblemen voor tol eisen: 7 doden en 350 gewonden. Met een slag om de arm dus.’
Laaggeletterdheid
Zoals gezegd: die taalproblemen worden niet alleen veroorzaakt doordat werknemers een andere taal spreken. ‘Vaak zit het probleem vooral in laaggeletterdheid’, zegt Lindhout. ‘Al krijgen mensen een veiligheidsinstructie in hun eigen taal, dan nog hebben ze er moeite mee. Omdat ze slecht lezen en schrijven, bijvoorbeeld. Of omdat ze laag zijn opgeleid.
Niveauverschillen

Dus moeten werkgevers de instructies aanpassen aan de doelgroep, maar dat gebeurt nauwelijks. ‘Een derde van de bedrijven let helemaal niet op de leesbaarheid’, zegt Lindhout. ‘Je ziet vaak veiligheidsvoorschriften op academisch niveau die zijn bedoeld voor LTS’ers. En dat terwijl die mensen vervolgens moeten gaan lassen in een besloten ruimte. Heel gevaarlijk als ze de instructies op hun eigen manier interpreteren.’

Adviezen
Hoe kunnen werkgevers die problemen voor zijn? Lindhout: ‘Allereerst een waarschuwing: maak je er niet gemakkelijk vanaf door je alleen in te dekken tegen claims. Uit mijn onderzoek bleek dat 13 procent van de werkgevers de werknemer een handtekening laat zetten als bewijs dat die de veiligheidsinstructie heeft ontvangen. Daar los je niets mee op. Wat je veel beter kunt doen is zorgen voor heldere en simpel geschreven werkinstructies. En spreek die vervolgens met je mensen door. Dan weet je zeker dat de boodschap inderdaad is overgekomen.’
Meer informatie
Meer weten over veiligheid op de werkvloer? Achmea Vitale adviseert u graag. Bel 0800-1901 of vul het contactformulier in.
* BRZO-bedrijf: In Nederland kunnen bedrijven met een bepaalde hoeveelheid gevaarlijke stoffen vallen onder de werking van het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO).
* ARIE-bedrijf: Bedrijf waar een bepaalde hoeveelheid gevaarlijke stoffen in installaties aanwezig is of kan worden gevormd (ongeacht beoogde handelingen), dient een aanvullende risico-inventarisatie en –evaluatie (ARIE) uit te voeren gericht op het voorkomen van zware ongevallen en op basis daarvan een pakket maatregelen te nemen.
Terug